Octrooien

Wanneer is een uitvinding inventief?


De tweede belangrijke vereiste voor een octrooieerbare uitvinding betreft de uitvindingshoogte ofwel de inventiviteit, wat in de wet wordt omschreven als ‘niet voor de hand liggen'. Dit is een abstract begrip. Voor een gemiddeld vakman, die 'alle' bekende technieken op zijn vakgebied zou kennen (een onbestaanbare persoon), mag de uitvinding niet ‘voor de hand liggen'.

 

Een argument dat pleit voor uitvindingshoogte is bijvoorbeeld het verkrijgen van een onverwacht of verrassend effect. Voorts kan het oplossen van een probleem dat reeds langere tijd om een oplossing vroeg juist daarom octrooieerbaar zijn. Vaak zijn er argumenten te vinden die de verlenende instantie brengen tot verlening van octrooi op een uitvinding waarvan de technicus (achteraf) vindt, dat het niet meer is dan ‘gewoon' toepassen van de techniek. Er moet echter bedacht worden dat veel zaken alleen achteraf gezien logisch zijn. Een goede octrooideskundige zal de juiste argumenten vaak met succes gebruiken, teneinde een octrooi te krijgen op betrekkelijk kleine verbeteringen.

 

De uitgangspositie voor de beoordeling is "het technisch probleem" onderkennen waarvoor de uitvinding een oplossing biedt, en dan deze oplossing toetsen aan de hand van de Stand van de Techniek en meer bepaald de meest nabije Stand van de Techniek. Vraag is of de vakman met de kennis van de meest nabije Stand van de Techniek op de indieningsdatum, de oplossing (d.i. de kenmerken die verschillen t.o.v. de Stand van de Techniek) logischerwijze zou gevonden hebben (hij 'kon' deze oplossing kiezen, maar 'zou' hij het gedaan hebben?). Dus, bij de beoordeling van inventiviteit zijn de antwoorden op volgende vragen van belang:

 

  • wat is de meest nabije Stand van de Techniek: bv. één enkel document dat de meeste kenmerken gemeen heeft met de uitvinding zoals deze werd geformuleerd in de conclusies, welke passages zijn belangrijk?
  • welke technische kenmerken van de uitvinding zoals deze werden geclaimd en welke van deze der Stand van de Techniek zijn verschillend?
  • welke objectieven (m.a.w. resultaten) worden daadwerkelijk door deze onderscheidende kenmerken en door deze kenmerken alleen verkregen?
  • was het voor de vakman voor de hand liggend om deze objectieven met die onderscheidende kenmerken te verwezenlijken?
  • voor het antwoord op deze laatste vraag moet men uiteraard weten wie deze vakman is, in welke secundaire Stand van de Techniek of welke algemene vakkennis deze onderscheidende kenmerken te vinden zijn, en wat daarin hierover staat.
Terug naar overzicht