Octrooien

Hoe kan een nieuw plantenras beschermd worden?


Een plantenras kan worden beschermd via het kwekersrecht (wet van 20 mei 1975 tot bescherming van kweekprodukten). Deze wetgeving is gebaseerd op de zogenaamde UPOV-Conventie, een intergouvernementeel verdrag inzake kwekersrechten. Belangrijk is te noteren dat België niet toegetreden is tot de versie van 1991, de laatste aanpassing van het vedrag. Dit heeft in die zin belangwekkende gevolgen, dat in België de certificaathouder geen bescherming kan krijgen voor zogenaamde "essentially derived varieties". Het zou ons te ver leiden om hierop dieper in te gaan.

 

Na indiening van een aanvrage voor een plantenrasbescherming wordt een officiële indieningsdatum en een officieel nummer toegekend. Daarna volgt een technisch onderzoek van het ras. Dit onderzoek kan één of meer jaren in beslag nemen, naargelang de soort. De prijs ervan wordt gedekt door de onderzoekstaksen. Via dit technische onderzoek wordt vastgesteld of het plantenras onderscheidbaar, homogeen en bestendig is.

 

Het kwekerscertificaat wordt slechts verleend voor een ras dat nieuw, voldoende homogeen en bestendig is.

 

Een ras is nieuw wanneer, ongeacht of de oorsprongsvariatie die het zijn aanzien heeft gegeven op kunstmatige of natuurlijke wijze is ontstaan, het zich door een of meer van belang zijnde eigenschappen duidelijk onderscheidt van elk ander ras, waarvan het bestaan op het tijdstip van de aanvraag tot bescherming algemeen bekend is.

 

Een ras wordt niet als nieuw beschouwd als het in België in de handel was, of meer dan 4 jaar (6 jaar voor bomen en wijnstokken) in het buitenland werd verhandeld.

 

Het ras moet voldoende homogeen zijn, in aanmerking genomen de bijzonderheden die aan zijn geslachtelijke of ongeslachtelijke vermeerdering eigen zijn.

 

Het nieuwe ras moet in zijn wezenlijke eigenschappen bestendig zijn. Dit wil zeggen dat het in de loop van zijn achtereenvolgende vermeerderingen, aan de op het tijdstip van de verlening van het kwekerscertificaat gegeven omschrijving, moet blijven beantwoorden. Of ook, wanneer de kweker een bijzondere vermeerderingscyclus heeft vastgesteld, aan het einde van elk van deze cyclus.

 

Het ras moet ook een eigen benaming krijgen, die elke verwarring met andere rassen en elke misleiding voor de gebruiker uitsluit. Zodra deze vijf voorwaarden zijn vervuld (nieuw, onderscheidbaar, homogeen, bestendig, benaming), wordt een kwekersrecht certificaat afgeleverd.

 

De duur van de bescherming mag niet minder zijn dan vijftien jaar. Bij vruchtbomen en hun onderstammen, wijnstokken, bos- en sierbomen is de minimumduur achttien jaar. De maximumduur mag de vijfentwintig jaar niet overschrijden.

 

Uitsluitende rechten van de certificaathouder:

De houder van een kwekerscertificaat heeft het uitsluitend recht op voortbrenging voor handelsdoeleinden van geslachtelijk of ongeslachtelijk teeltmateriaal van het ras, en het verhandelen ervan aan zijn voorafgaande toestemming, en om het aan de door hem gestelde voorwaarden te onderwerpen. Hij kan licenties verlenen.

Tot het ongeslachtelijk teeltmateriaal wordt mede de hele plant gerekend. Het recht van de houder strekt zich uit tot sierplanten of delen ervan die in de regel voor andere doeleinden dan voor vermeerdering worden verhandeld, indien zij zijn gebruikt als vermeerderingsmateriaal voor de voortbrenging van sierplanten of als snijbloemen voor de handel.

Er zijn ook uitzonderingen op de exclusieve rechten van de certificaathouder, vergelijkbaar met deze bekend in het octrooirecht. Met name is er een uitzondering voor zover de productie of het in stand houden van vermeerderingsmateriaal van een ras uitsluitend geschiedt voor wetenschappelijk onderzoek of voor het tot stand brengen van nieuwe rassen. Wel is de toestemming van de houder van het kwekerscertificaat vereist, wanneer het nieuwe ras wordt gebruikt voor de voortbrenging van een ander ras met handelsdoeleinden.

Terug naar overzicht